Noodgedwongen moest ik stoppen met mijn verpleegopleiding. Studeren lukte niet meer, en mijn gedrag om te functioneren was ook niet alles. Ik schommelde van een burn-out naar heel wat relationele en psychische problemen. Mijn scheiding was uitgedraaid op een wraakscheiding waar kinderen er de dupe van waren. Gelukkig hebben we de strijdbijl kunnen begraven. God zij dank! In die periode hadden onze kinderen het moeilijk. Hun wereld stortte ineen. Mijn oudste dochter heeft autisme en dat maakte het net zo moeilijk voor haar in puberteit. Ze had zelfmoordgedachten en een depressie erbovenop. Ze kon die problemen niet aan. Onze jongste dochter kon haar gevoelens goed verbergen. Ze leed er ook heel erg onder.
Het was een maand in augustus. Ik werkte in het ziekenhuis als 3de jaar studente verpleegkunde, afdeling nierdialyse. Dit was een moeilijke periode. Ik functioneerde niet op niveau dat ik moest presteren. Mijn gedachten waren bij mijn kinderen en hun ellende, hun verwerking… Ik zag overal ellende en het ziekenhuis was daar geen ideale plaats voor om nog eens met ellende van mensen te geconfronteerd te worden, terwijl je zelf nood had aan geestelijke en relationele zorg.
De avond toen alles begon, sliep mijn jongste dochter bij oma en de oudste bij mij thuis. Het was op een maandagavond. Ik was me van geen kwaad bewust: Om 20 uur zei ze tegen me een wandeling te maken en om 21 uur was ze al terug. Ze kwam naast me zitten in de sofa. Ik keek haar aan en vroeg, of er iets scheelde. Ze kon met mij altijd over alles en nog wat praten. Maar sinds de scheiding leefde ze in een wereld van onbegrip. Haar noodkreet was om geen pijn meer te voelen. Ze wou ervan verlost worden.
Haar ogen zagen er iets anders uit en uit haar gedrag kon ik afleiden dat ze iets ingenomen kon hebben. Ik vroeg haar nog of ze iets heeft ingenomen, een drug of zo, maar ze antwoordde zei van niet. Tussen 22 u en 22 u 30 ging ik slapen. Zoals gewoonlijk bleef mijn oudste dochter op, daar ze heel veel slaapproblemen had. Ze had moeite met inslapen en nog meer moeite om uit haar bed te komen. Iets later hoorde ik haar de trap opgaan. De deur van haar kamer ging open, en dicht. Het was muisstil in huis.
Dan gebeurde er iets dat ik nog nooit heb meegemaakt. De Heilige Geest nam mijn geest en lichaam over. Ik stapte uit bed, zocht naar en hoofddoek -omwille van wat Paulus heeft geschreven in Gods Woord wanneer je beroep wilt doen op Gods engelen(*) – en ging op mijn knieën. Ik bad: “Here Jezus, ik voel dat er iets mis is. Wat er mis is weet ik niet maar ik voel dat ik bidden moet voor mijn oudste dochter. Ik doe beroep op Uw engelen Here, zend ze om mijn dochter te beschermen. Ik heb Uw hulp heel erg nodig. Ik vertrouw U het werk Uwer zonen hun handen toe Here. Jezus stierf ook voor haar Here, en ze heeft U nodig, in Jezus’ Naam bid ik, bescherm haar Here!”
Na dit gebed te hebben uitgesproken heb ik goed geslapen. En zoals gewoonlijk ging ik iedere dinsdagmorgen naar de markt om groeten en fruit. Rond 9 u vertrok ik en ik riep naar mijn oudste dochter; “Mama is naar de markt, ik ben tegen 11 u terug thuis!” Aangezien ze slaaptekort had, liet ik ze wat langer uitslapen. In de vakantie hoefde ik geen rekening houden met haar schoolgaande leven.
Iets voor 11 u kwam ik thuis. Ik zette mijn boodschappen op tafel en zag mijn dochter in de sofa liggen. Ze had een zware, trage en diepe ademhaling. Ze moest moeite doen om te ademen. Ik snelde naar haar toe en vroeg wat er scheelde. Ze antwoordde niet. Ze leed pijn. Haar pupillen waren zo verwijderd dat ik snel haar polsslag checkte en tot besluit kwam onze huisarts te bellen; haar pols was amper voelbaar. Dit was ernstig maar ik panikeerde niet. Ik wist dat De Here bij me was. Toen ik de telefoon neerlegde keek mijn dochter mij angstig aan. Ze sprak onduidelijk met een benauwende stem. Toen ze sprak hoorde ik haar ademhaling piepen en ruisen tegelijkertijd. Ik verstond haar maar amper. “Wat?” vroeg ik, “Wat zeg je?” “Ik heb gisteren 20 risperdals ingenomen.” WOW! Al Snel nam ik de telefoon terug in handen en belde mijn huisarts op dat hij onmiddellijk moest komen, dat mijn dochter 20 risperdals had ingenomen. De dokter was er heel snel bij. Hij keek haar aan en onderzocht haar in een oogwenk. “Ik neem haar mee naar de spoedafdeling.” zei hij. “Kan je nog stappen?” vroeg hij aan mijn dochter. Mijn dochter kwam traag uit de sofa, liep met de huisarts mee en stapte in zijn auto. Ik kwam met toiletgerief en haar identificatiegegevens langs, na het bellen naar mijn ouders om uiteen te doen wat er precies is gebeurd.
Toen ik aankwam, naderde een verpleegster me. Ze vroeg of ze het wel goed gehoord had, of mijn dochter wel 20 risperdals heeft ingenomen. Want dat is wat de huisarts doorgegeven had. “Want”, voegde ze eraan toe, “toen uw huisarts het ziekenhuis verliet vroegen we uw dochter om rechtop te zitten. We waren van plan haar maag leeg te pompen. Op dat moment deed ze een hartstilstand. We moesten onmiddellijk ingrijpen en gaven haar een sterk middel om haar hart terug op gang te brengen. We zagen dat de medicatie al opgelost werd en dit zit nu in haar bloed. Weet je het zeker mevrouw dat ze 20 risperdals heeft ingenomen? Na 4 uur moest ze al een hartstilstand doen en het ziekenhuis binnenwandelen is onmogelijk.” Ik zei dat ik er zeker van was dat ze 20 risperdals heeft genomen. En, mijn dochter zal er niet om liegen. Ik wist dat er een wonder was gebeurd, maar kan de wetenschap dat wel aanvaarden? De wetenschap erkent God niet. De wetenschap gaat voort op wat ze zien, niet wat de Bijbel ons vertelt.
Toen ik alles op een rijtje zette, begreep ik hoe breed en diep Gods liefde en genade is voor ons leven. Wat er ook gebeurt, door het gebed, door Zijn Heilige Geest, zal Hij altijd voor ons strijden. Hij heeft mijn kind gered. Hij heeft een doel met haar. Op een dag zal ze beseffen dat ze Gods oogappel is. Haar naam betekent: “God is genade”. Iedereen die haar aansprak met haar naam proclameerde onbewust Gods genade voor haar leven. Ja, ik geloof daarin, en ik weet ook dat Gods engelen overuren hebben geklopt om haar te beschermen. “Dank U Jezus, dat U naar ons hebt omgezien! Wij eren U en aanbidden U als onze redder, beschermer, koning, meester en vriend. Dank U dat U bescherming bied.”
(*) 1 Koriëntiers 11 : 10 Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil.
In Gods Woord kunnen we lezen dat er een scheiding is gebeurd in Gods koninkrijk. Nu hebben we te maken met 2 rijken. Gods rijk en satans rijk. Satan kon het niet verdragen dat Adam en Eva heerschappij kregen over gans de aarde. Satan had liever zelf als koning geregeerd op aarde. Vandaar zijn plan om eva en adam te verleiden tot zonde en wij tot vandaag nog steeds de gevlogen waarnemen. Toen satan de mens kon verleiden tot zonde, heeft God hem verworpen met 1/3 van de engelen die ook in satans leugen geloofden. Deze engelen noemen we gevallen engelen of demonen. Wanneer we beroep doen op Gods engelen moeten we dat via Jezus doen; Want we weten niet welke engelen het zijn.
Door wat er gebeurd is in de geschiedenis; reuzen op aarde, engelen die gemeenschap hadden met vrouwen (Genesis 6), is het goed als vrouw een macht op je hoofd te hebben, wanneer je bid voor bescherming van Gods engelen (sjaal over het hoofd tijdens gebed) . Het is niet verplicht dit te doen, de keuze is aan jou. Je doet beroep op Gods engelen via Jezus. Dit is veilig! Met een macht op je hoofd kan satans engelen (=demonen) je als vrouw niet herkennen. Want alle engelen zijn mannen. Dus, vrouwelijke engelen is een fabeltje om de mensen gunstig te stemmen. Als je met verkeerde engelen te maken hebt, kunnen ze je leven extra lastig maken en zorgen nemen toe. Dan roep je iets op in de spirituele wereld wat je beter niet had gedaan. Maar gelukkig dat Jezus’ bloed hen wegdrijft. Ieder die erkent en gelooft dat Jezus Heer is, en gestorven is aan het kruis op Golgotha als losprijs voor onze zonden is behouden. Dat staat geschreven in Gods Woord. Je hoeft er niet voor te werken om je hemel te verdienen. Dat is genade. Genade krijg je onverdiend. Anders is het geen genade meer. Geloof, beken en ontvang.
(Romeinen 6 : 14 ) De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.
(Romeinen 10:9)
“Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.”